Proloog 2016

'Wie eeuwig wil leven, moet met een knaller sterven,' had de man ooit, lang geleden, gezegd. Lucas Mingus had het toen niet begrepen, niet wíllen begrijpen misschien. En daarna had hij er niet meer aan gedacht en was de hele episode in zijn geheugen weggezakt. Maar door dat artikel in de krant van vanochtend was de zin weer omhoog geschoten, en deze keer bleven de woorden door zijn hoofd dreunen als om begrip af te dwingen.
      Sevilla. MOORD OP ANTIEKHANDELAAR SCHOKT KUNSTWERELD, luidde een middelgrote kop. Het waren echter vooral de initialen in het artikel zelf die hem wakker hadden geschud: 'De Spaanse politie heeft bevestigd dat zij gisteren het ontzielde lichaam van de internationaal beruchte antiekhandelaar Z.L. heeft aangetroffen op zijn vakantieadres. Het met kogels doorzeefde slachtoffer kon slechts aan de hand van zijn kleding geïdentificeerd worden, temeer daar de moord al zeker een maand geleden had plaatsgevonden. De politie werd op het spoor gezet door een anoniem telefoontje. Onduidelijk is nog of het om roofmoord gaat of om een afrekening. Z.L. stond erom bekend dat hij als verwoed verzamelaar contacten met de onderwereld niet schuwde. Welingelichte bronnen menen dat er internationale antieksmokkelaars achter de aanslag zitten, maar een betrokkenheid van rechtse groeperingen valt evenmin uit te sluiten. Dat Z.L. rekening hield met een aanslag blijkt wel uit het - overigens ongebruikte - wapenarsenaal dat bij hem thuis is aangetroffen: vijf vuurwapens en een grote hoeveelheid munitie. De villa ligt erg afgelegen en er zijn geen getuigen. Evenmin is bekend of er iets is verdwenen. De politie verwacht binnenkort arrestaties te kunnen verrichten. Vooralsnog lijkt deze verwachting eerder op hoop dan op zekerheid te stoelen, en…'
   De antiekhandelaar Z.L. Was dat mogelijk? Was het echt afgelopen? Of ging alles weer opnieuw beginnen? Elders, verder, op een hoger gelegen punt van de spiraal? 'Wie eeuwig wil leven, moet met een knaller sterven,' had Zeno Leander gezegd, 'groots, spectaculair, opgemerkt door de hele wereld.'

 

   Lucas hoorde, zag het hem zeggen, alsof hij nog naast hem stond aan de toog van Oud Julocke. Maar de datum van de krant toonde aan dat er inmiddels een decennium verstreken was. Het duizelde hem. De jaren waren als haaien gepasseerd: snel, meedogenloos, dodelijk. Het was dus ook alweer tien jaar geleden dat hij die vreemde, verwarrende weken in zijn geboortestreek had doorgebracht in gezelschap van zijn oude leermeester Rosseel. Nu hij terugdacht aan die knoop in de tijd, die antitijd, kwam die periode in zijn leven hem zo wezensvreemd en onwerkelijk voor dat het leek of iemand anders ze beleefd had.

Verleden

Het was begonnen met twee telefoontjes die niets met elkaar te maken hadden - toen nog niet -, maar die hem beide hadden teruggeroepen naar Zeeuws-Vlaanderen, de streek van zijn jeugd, gelegen op tweehonderd kilometer van Amsterdam, waar hij inmiddels al ruim dertig jaar woonde. Twee oproepen binnen één uur tijd, gepleegd vanaf locaties die in vogelvlucht op nog geen vijfhonderd meter afstand van elkaar lagen. Twee spoken uit het verleden die elkaar kruisten. Weer zo'n merkwaardig geval van synchroniciteit waarin sommigen het toeval zien en anderen een godsbewijs, bedacht Lucas.
   Het eerste bericht kwam uit de Groene Stee, waar zijn tante Fien was opgenomen voor herstel na een gebroken heup. Eén keer was hij haar in het verzorgingstehuis gaan opzoeken, een bliksembezoek op doorreis naar een boekenbeurs in Frankrijk. Ze had er naar omstandigheden goed uitgezien, een beetje kleiner, brozer misschien. Maar ze was ervan overtuigd geweest dat ze binnen afzienbare tijd kon terugkeren naar huis. Ze zou een rollator aanschaffen, nee, een elektrische driewieler, nee, een autootje zelfs, zo'n kleintje waar je geen rijbewijs voor nodig had. Typisch Fien. Altijd enthousiast, altijd optimistisch. Hij was na een half uur vertrokken en had gezegd dat hij nog zou bellen. Hetgeen hij om allerlei belangrijke doch zinloze redenen niet had gedaan. En nu ineens het bericht van haar plotselinge dood. Hartstilstand. Men veronderstelde dat hij, als enig familielid, de begrafenis zou regelen en voor de afhandeling van de nalatenschap zou zorgen.

Uit: Het leugenverhaal